home
Strategieën
.

Turbo Power

Deze tekst is overgenomen uit een column van zelfstandig vermogensbeheerder Frank van Dongen (Todays Beheer) op IEX.nl over hoe u kunt handelen met de turbo

Iedereen die ooit in een auto met turbo, of zelfs dubbele turbo heeft gereden, kent de kracht van deze manier van aandrijving. Nee, wees niet bang, u bent niet op de website van Carros of Quoto beland, u bent nog steeds op IEX. Ik neem wel eens een omweg in mijn columns.

Maar deze keer schrijf ik niet over mijn avonturen in de Lancia HP Delta en de Maserati, hoewel ik daar bij grote vraag best aan wil voldoen, maar over een van de beste financiële productinnovaties van de afgelopen jaren: de Turbo Certificaten van RBS.

Misschien vind ik deze instrumenten wel zo mooi omdat ze me doen denken aan de goede oude tijd. Een turbo is enigszins vergelijkbaar met de Bull en Bear-warrants, die Sem van Berkel en ik ooit bij Wesselius introduceerden. Dat waren call en put-warrants; een soort opties, maar dan uitgegeven door een bank.

Behalve aan het einde van de looptijd konden deze warrants ook expireren bij het raken van de zogeheten barrier. In de Bull en Bear warrants zat een bepaald ingebouwd expiratieniveau, vergelijkbaar met een knock-out optie. Als een warrant dicht bij zijn afloopmoment zit wordt hij spotgoedkoop en dan is het leuk om een gokje te wagen.

Bij deze warrants gebeurde dat niet alleen vlak voor het aflooptijdstip, maar dus ook als je dicht tegen de barrier aanzat. De inmiddels beroemde Koen Hoefgeest speelde dat spelletje ooit met succes. Vlak voor het er op leek dat de call-warrants zouden gaan expireren door het raken van de barrière kocht hij er vele duizenden.

Geen tijd- en verwachtingswaarde
Toen de barrière vervolgens niet gehaald werd kreeg de optie weer een grote intrinsieke waarde en verdiende Hoefgeest bakken met geld. En wij verloren wat. De turbo heeft ook een niveau waarop hij komt te vervallen. Het verschil is dat hij geen expiratiedatum heeft. In theorie kan hij dus eeuwig doorlopen.

Daarom zijn ze eigenlijk niet zo goed te vergelijken met opties. Het is beter om ze te vergelijken met futures of een CFD (zie: FvD? Nee, CFD). Daarin zitten geen tijd- en verwachtingswaarde. Ze reageren daarom heel direct op de koers van de onderliggende waarde. Bij de turbo is het niet anders.

Een groot verschil met futures is dat je met futures bijna onbeperkt kan verliezen, maar met de turbo niet meer dan je inleg. Een turbo is vergelijkbaar met een future waarbij je een vaste stop loss aanhoudt. Stel, u koopt een future op de AEX op 375. Als de index nu daalt naar de 370, dan verliest u niet meer dan deze 5 punten (zijnde 5 maal 200 = 1000 euro).

Niet meer dan uw inleg
Maar wat als de index sluit op 372 en de volgende morgen opent op 368? Bij de turbo wordt de stop loss (in dit voorbeeld 370) door de RBS gegarandeerd. U kunt dus niet meer verliezen dan uw inleg. Als een turbo het stop loss-niveau bereikt, wordt hij afgewikkeld, ook als dat overnight gebeurt.

Stel een Royal Dutch Shell Turbo Long heeft een financieringsniveau van 40 en een stop loss-niveau van 43, dan ligt de stoploss-waarde op 43 - 40 = 3 euro. Maar als Royal Dutch op 38,00 opent, zal de restwaarde 0 zijn en hoeft de Turbo belegger niet 2 euro bij te storten.

Als u nu geschrokken beseft dat u eigenlijk helemaal niets afweet van knock out-opties of futures, geen paniek. U hoeft helemaal niets te weten van opties of futures om de turbo te begrijpen. Vier dingen moet u wel weten:

1. Long of Short?
Dit is waarschijnlijk wel te overzien. Het leuke van een turbo is dat u ermee kunt profiteren van zowel opgaande als neergaande onderliggende waarden. Extra leuk is dat de turbo er is op allerlei onderliggende waarden. RBS heeft niet een tweede optiebeurs gecreëerd, zoals sommige minder creatieve banken doen.

Nee, u kunt vrolijk short gaan op een fonds als Google, of long op goud en olie, allemaal dingen die u op de optiebeurs niet kunt doen.

2. De stop loss
Het verlies blijft door het gebruik van een stop loss beperkt. Net als bij een aandelenorder en een future-order kunt u snel uit de markt zijn op het moment dat u het verlies wilt beperken. De stop loss van een turbo dient om te zorgen dat de waarde nooit negatief kan worden. Het stop loss-niveau wordt maandelijks (normaal op de 15e) vastgesteld.

Bij de turbo long ligt het minimaal 2% boven het financieringsniveau. Bij de turbo short ligt het, niet verrassend, 2% onder het financieringsniveau. De stop loss zorgt, zoals ik al uitlegde, voor de expiratie van het product. Als die koers niet geraakt wordt blijft de turbo gewoon bestaan. Theoretisch kan de looptijd van een turbo dus onbeperkt zijn.

Doordat de looptijd niet of heel moeilijk in te schatten is in tijd, kunnen we niet werken met tijd- en verwachtingswaarde, zoals bij opties.

3. Financieringsniveau en kosten
Het financieringsniveau van een turbo heeft te maken met dat deel van de onderliggende waarde dat RBS financiert. De klant kan kiezen uit verschillende financieringsniveaus. Het financieringsniveau ligt bij de turbo long onder de koers van de onderliggende waarde en bij de turbo short erboven. Dat geeft leuke leverage.

U hoeft niet de hele onderliggende waarde te kopen, maar daarvoor betaalt u wel financieringskosten. Die zijn gerelateerd aan de onderliggende waarde en bestaan uit rente en dividenden.

4. Ratio van de turbo
De ratio geeft aan hoeveel u er moet kopen om een keer de onderliggende waarde te kopen. Een AEX-turbo met een ratio van 10 betekent dat een investeerder met een turbo een tiende van de AEX koopt.


.